Terug naar overzicht

In het hoofd van de private equity-investeerder

Kernbegrippen

Wie verkoopt aan een private equity-investeerder verkoopt niet zomaar een bedrijf. Hij stapt in een financiële constructie met een duidelijke logica, een (vaak) vaste tijdshorizon en een scherp afgelijnd einddoel. Dat maakt een private equity-deal fundamenteel anders dan een verkoop aan een buy-in manager of een strategische koper.

Om te begrijpen hoe een deal met een private equity-partner tot stand komt, moet je kijken naar hoe een financiële tegenpartij waarde creëert. Private equity vertrekt altijd vanuit de toekomst. Wat vandaag bestaat, is slechts het vertrekpunt. De centrale vraag luidt: wat kan dit bedrijf binnen vijf à zeven jaar zijn en hoe geraken we daar zo efficiënt mogelijk? Dat toekomstbeeld bepaalt niet alleen de prijs, maar ook de financiering, de structuur en de rol van de verkoper na closing. Het beeld van private equity partners als ‘opkopers’ en ‘doorverkopers’ is daarbij te beperkt: vaak hebben deze partijen ook de drive om waarde toe te voegen.

De financiële motor: leverage

In de meeste private equity-transacties speelt leverage (letterlijk: een hefboom) een sleutelrol. Een deel van de overname wordt gefinancierd met vreemd vermogen, meestal bancaire schuld. Die schuld wordt nadien terugbetaald met de cashflows van het bedrijf zelf. Een financiering via een leveraged buy-out heeft zo zijn gevolgen. Voor de investeerder is leverage een hefboom: hoe groter het deel vreemd vermogen, hoe hoger het potentiële rendement op het eigen kapitaal. Voor de verkoper betekent het dat zijn bedrijf mee moet kunnen draaien als financieringsinstrument. De vraag is dus niet alleen wat het bedrijf waard is, maar ook wat het kan dragen. Daarom kijkt private equity scherp naar:
 

  • De stabiliteit en voorspelbaarheid van cashflows
  • De conjunctuur van de sector
  • De investeringsnoden op korte en middellange termijn
  • Het risico: wat gebeurt er als het een jaar minder gaat? 

 

Een bedrijf met een mooie maar volatiele EBITDA wordt anders benaderd dan een iets kleinere speler met stabiele, recurrente inkomsten. Dat verschil vertaalt zich rechtstreeks in de hoeveelheid schuld die kan worden aangetrokken en – niet onbelangrijk voor de verkoper – in de maximale prijs.

Een even cruciale vraag is welke rol het bedrijf speelt in de bredere strategie van de financiële partij. Wordt het gekocht als platform, als zogenaamde locomotief voor een buy-and-build strategie? Of gaat het om een add-on binnen een bestaande groep? Als je bedrijf de locomotief wordt voor zo’n groeistrategie, dan ligt de lat hoger. Het bedrijf moet groot genoeg zijn (voldoende schaal hebben) om bijkomende acquisities te absorberen, voldoende managementcapaciteit hebben en over marges beschikken die groei toelaten. De financiering wordt in zo’n geval vaak ruimer opgezet met het oog op toekomstige overnames. Bij een add-on ligt dat anders. Dan past het bedrijf in een bestaande structuur, met bestaande financiering en processen. Dat betekent ook dat de waardering en de onderhandelingsruimte anders worden ingevuld.

Closing als nieuw begin

In veel deals met een financiële partner stopt het verhaal niet bij de closing. De investeerder rekent vaak op de verkoper om waarde te helpen realiseren via een blijvende (operationele) rol of via een herinvestering in het kapitaal. Zo’n herinvestering is een manier om de belangen op elkaar af te stemmen en in de tijd te verankeren: de verkoper blijft mee aan boord en deelt in de risico’s. De wortel die daar tegenover staat, is de potentiële meerwaarde bij een latere exit.

Maar dat vraagt een zeker niveau van pragmatisme, want een herinvestering betekent ook dat men nog enkele jaren samen door één deur moet kunnen. De persoonlijke klik, de manier van samenwerken en het vertrouwen wegen hier minstens even zwaar als de cijfers. De prijs die op papier wordt afgesproken, is zelden het hele verhaal. Structuren met uitgestelde betaling, earn-outs of vendor loans zijn geen uitzonderingen en dienen om risico’s te spreiden, financiering haalbaar te maken of toekomstige prestaties mee te verdisconteren. Voor de verkoper is het essentieel te begrijpen waarom zulke elementen worden voorgesteld en wat ze betekenen voor zijn uiteindelijke opbrengst.

Verkopen aan een financiële partij is met andere woorden een oefening met een uitgesproken financiële logica. Wie die logica begrijpt, staat sterker. Dat inzicht maakt het verschil tussen de speelbal zijn in een proces en er bewust richting aan geven. En dat bepaalt dan weer of een private equity-deal aanvoelt als een goede deal of enkel als een snelle transactie.